|
Bron : Joana Morais
Het recht op informatie is heden ten dage algemeen aanvaard als een fundamenteel recht in een democratische samenleving. Het wordt bepaald door artikel 37 van de Portugese grondwet. De rechten van de burger, die de basis vormen van het sociale leven, omvatten de kern van de persoonlijkheid (fysiek en moreel) van de mens, dus ook het recht op leven, op fysieke en morele integriteit, de goede naam, de vrijheid, de bescherming van de intimiteit en zijn vervat in het burgerlijk wetboek (artikels 70 en 484). Omwille van het feit dat al deze rechten grondwettelijk worden beschermd, kan in principe het ene recht niet boven het andere staan. Noodzaak, proportie en adequaatheid zijn de fundamentele principes voor de concrete uitvoering van hogergemelde rechten. Daarom moeten de te respecteren regels geval per geval bekeken worden, om toe te laten te beoordelen welke dominante rechten moeten beschermd worden. En het is door dit zorgvuldig afwegen van deze rechten, dat we in de mogelijkheid zullen zijn om tot besluiten te komen in deze zaak. Het boek dat werd geschreven door de verweerder, Dr. Gonçalo Amaral, brengt een thesis naar voor die destijds werd aangenomen door meerdere leden van het politiekorps : Madeleine stierf door een ongeval, en haar ouders, hier de eerste verzoekers, werden ervan verdacht haar lichaam te hebben verborgen. De verweerder was de inspecteur-coördinator van het onderzoek naar de verdwijning, en daarom de hoogst gekwalificeerde officier bij het onderzoek, tot op het ogenblik dat de directie van de Portugese politie besliste hem van de zaak te verwijderen. In deze hoedanigheid was de verweerder nauw betrokken bij het onderzoek, en had hij de mogelijkheid om alle mogelijke conclusies te formuleren over deze zaak die nog in onderzoek was. Zoals hij zelf enkele malen zegt in zijn boek, voelde de auteur het aan als een noodzaak om zijn goede naam te beschermen : ‘ ....om mijn goede naam te herstellen, die publiekelijk door het slijk werd gehaald, terwijl het instituut waarvoor ik 26 jaar had gewerkt, mij niet toeliet mijzelf te verdedigen. Ik vroeg de toelating om hierover in het publiek uitspraken te doen, een verzoek dat nooit werd ingewilligd. Ik heb alle respect voor de regels van de Portugese politie, en daarom zweeg ik. Niettemin verscheurde deze stilte mijn zelfrespect. Later werd ik van de zaak verwijderd. Toen besliste ik voor mezelf dat het tijd was om mij publiekelijk te verdedigen. Daarom vroeg ik onmiddellijk mijn pensioen aan, zodat ik terug volledig kon beschikken over mijn recht op vrije meningsuiting.’ Dit is een eerste punt –en niet onbelangrijk- dat moet opgetekend worden : de auteur voelde zich het slachtoffer van onrecht en wilde de waarheid naar buiten brengen, ten minste zijn visie van de waarheid, temeer omdat hij zich in zijn eer gekrenkt voelde en de directie van de politie hem niet toeliet te reageren. Als een hoog gequalificeerd misdaadonderzoeker heeft hij zijn professionele trots. In het boek waarvan hier sprake is ‘Maddie – de waarheid achter de leugen’, presenteert de auteur een verscheidenheid aan feiten en geeft dan zijn eigen interpretatie van deze feiten. Deze feiten zijn omstandig beschreven in het onderzoek. De auteur beschrijft in detail verschillende feiten en omstandigheden die met elkaar in tegenstrijd waren vanaf het begin van het onderzoek, waardoor er uiteindelijk ook tegenstrijdige conclusies waren. Het besluit van het onderzoek, ondertekend door twee openbare magistraten, vermeldt : ‘ Uit de analyse van de verschillende getuigenissen en verklaringen die zijn gegeven, is het duidelijk dat er belangrijke elementen zijn die niet volledig te begrijpen zijn, en die ter plaatse moeten getest en geverifieerd worden, om te begrijpen welke precies de tegenstrijdigheden zijn, op de enig mogelijke manier, en dat is een reconstructie. Deze reconstructie kon niet worden uitgevoerd, ondanks de fasciliteiten die door het openbaar ministerie en de PJ ter beschikking waren gesteld.’ In datzelfde besluit werd melding gemaakt van de bevindingen van de snuffelhonden Eddie (speciaal getraind op het vinden van lijkengeur) en Keela (speciaal getraind op het vinden van menselijk bloed). “Eddie” signaleerde lijkengeur: • in de slaapkamer van de ouders McCann in appartement 5A (van waaruit het kind verdween) in de omgeving van de kleerkast, • in de omgeving van het raam in de woonkamer dat uitgeeft op de straat, achter de sofa, • en in de tuin van het appartement. “Eddie” signaleerde ook lijkengeur: • in de “Vista do Mar” villa, die door de McCanns werd gehuurd na de verdwijning van Madeleine, in de omgeving van een kast waarin het knuffeldier van het kind lag, • op kleding, toebehorend aan Kate Healy, de moeder van Madeleine, • aan de buitenkant van de auto Renault Scénic met nummerplaat 59-DA-27, die door de McCanns was gehuurd na de verdwijning, aan de deur van de bestuurder, • en op de sleutelkaart van de auto. “Keela” ontdekte menselijk bloed : • in dezelfde woonkamer van appartement 5A, waar eerder al door Eddie lijkengeur was gevonden, • na verwijdering van de vloertegels, die door Keela waren aangeduid bij een eerste inspectie, duidde ze opnieuw de plaats aan waar deze waren verwijderd, • aan de onderkant van de gordijn, dat ook al eerder door Eddie was aangeduid, • in de kofferbak van de Renault Scénic vehicle, • en in het deurcompartiment aan de bestuurderskant waar de sleutelkaart werd bewaard. De bevindingen van de honden kunnen niet gebruikt worden als bewijs in een rechtzaak, maar in verschillende zaken waren ze een grote hulp bij de verzameling van bewijs voor Scotland Yard en de FBI, met positieve resultaten. Deze bevindingen werden later niet ondersteund door het onderzoek van het Britse laboratorium, maar waren voldoende om de ouders van Madeleine McCann officieel in verdenking te stellen van de verdwijning van hun dochter. Met deze nieuwe gegevens, en na vergelijk van de gegevens die reeds in hun bezit waren, probeerden de Portugese autoriteiten, het openbaar ministerie en de Portugese politie een reconstructie te doen van de feiten. Ze hebben alles geprobeerd, maar zijn hierin niet geslaagd omdat de McCanns en hun vrienden hiertoe niet bereid waren. Deze bevinden konden dus nooit nagetrokken worden. In verband hiermee werd in het eindrapport van het onderzoek vermeld : ‘ … ondanks het feit dat de Portugese autoriteiten alle mogelijke inspanningen hebben gedaan om de reis naar Portugal mogelijk te maken, en ondanks het herhaaldelijk uitleggen waarom deze reconstructie nodig was, verkozen de McCanns hieraan niet mee te werken. De reconstructie kon dus niet worden uitgevoerd. Wij zijn van oordeel dat de verdachten hiermee de mogelijkheid gemist hebben hun onschuld te bewijzen. Eveneens werd het onderzoek hierdoor gehinderd, omdat veel feiten onverklaard bleven.’ In elk geval is het zo dat hogervermelde indicaties voldoende waren om de McCanns officieel als verdachten aan te duiden. Het forensisch bewijs dat was verzameld en onderzocht werd in het laboratorium ondersteunde deze bevindingen niet, en dus werd de verdachtenstatus van het koppel opgeheven. Het is een zekerheid dat er sinds het begin van het onderzoek uiteenlopende en zelfs tegenstrijdige getuigenverklaringen waren. Zo zijn er ook de records van de gevoerde en ontvangen telefoongesprekken op de mobiele telefoons toebehorend aan de McCans en de groep van vrienden die samen hun vakantie doorbrachten, de bewegingen van de leden van de groep onmiddellijk nadat de verdwijning werd vastgesteld, de staat van de slaapkamer van waaruit het kind verdween (raam open? raam gesloten? raam gedeeltelijk open? ....), en het mysterie wordt enkel nog groter door de bevindingen van de honden. Dit alles werd opgenomen in de voorlopige conclusie van het onderzoek, ondertekend door twee openbare magistraten. In het boek vinden wij geen enkele verwijzing die ook niet in de conclusie van het onderzoek is vermeld. In dat verband worden we geconfronteerd met de vrijheid van meningsuiting door een misdaadonderzoeker die als een expert mag worden beschouwd omwille van zijn 26 jaar ervaring. Laten we ons nu concentreren op de punten die door de verzoekers werden aangehaald. Zoals eerder reeds vermeld oordeelde het Hof dat aan de verzoekers geen schade werd toegebracht aan hun fysieke integriteit, en zij op generlei wijze op een inhumane en brutale manier werden behandeld. Volgend gevaar bestaat : - schending van hun recht op privacy ; - schending van hun recht op goede naam; - schending van hun recht op een eerlijk onderzoek en van hun recht op vrijheid en veiligheid. In verband met hun ’ recht op privacy, stellen wij vast dat zijzelf meerdere interviews hebben gegeven en tussengekomen zijn in de media, zodat de media informatie kreeg die anders nooit zou zijn geweten. Dit is ook het geval voor de documentaire van het Britse TV-station Channel 4 waaraan door de verzoekers werd meegewerkt, en die verspreid werd in Engeland en daarna in Portugal. Men moet er terdege rekening mee houden dat de verzoekers gemakkelijk toegang hadden tot de nationale en internationale media, vermits zij een interview hebben gegeven aan de Noordamerikaanse tv-show ‘Oprah’, die wordt gepresenteerd door de welbekende Oprah Winfrey, en die in Portugal reeds werd uitgezonden op 4 mei 2009 en nogmaals op 12 mei 2009. Wij besluiten dat de verzoekers vrijwillig hun recht op privacy hebben beperkt, omdat ze hogere waarden zochten, namelijk het vinden van hun dochter, maar dat zij hierdoor de deur voor anderen openden om hun eigen opinie over deze zaak te geven, soms tegengesteld aan hun opinie, maar steeds binnen het recht op vrije meningsuiting. Wij zien niet in dat het recht op vrije meningsuiting van de auteur van het boek kan beknot worden door het recht op privacy, dat door de verzoekers zelf werd geschonden. Op dezelfde manier, betreffende ’ het recht op een goede naam: door de zaak in het publieke domein te brengen en wereldwijde bekendheid te geven, openden de verzoekers zelf de deur naar verschillende meningen, zelfs diegene die indruisten tegen hun eigen opinie. Tenslotte, voor wat betreft het recht op een fair onderzoek en het recht op vrijheid en veiligheid, kunnen wij niet begrijpen hoe het mogelijk is dat deze rechten zouden geschonden worden door een boek dat de feiten beschrijft van het officiële onderzoek, een onderzoek dat solide is gevoerd en onderbouwd is met feiten. Wij bereiken dus het punt waarop het ons heel belangrijk lijkt het volgende te benadrukken : de aanwijzingen die geleid hebben tot de officiële verdachtmaking van de McCanns, werden later niet ondersteund en hebben dus niet geleid tot een arrestatie, maar dezelfde feiten, bekeken vanuit een andere invalshoek, kunnen tot een heel andere conclusie leiden, waardoor deze feiten kunnen gepubliceerd worden in een boek. Samenvattend : Het boek, hier ter discussie, ‘Maddie, de waarheid achter de leugen’, dat is geschreven door de verweerder Dr. Gonçalo Amaral, heeft als hoofdmotief het herstellen van zijn professionele eer, zoals de schrijver vermeldt in zijn voorwoord. De inhoud van dit boek raakt niet aan de fundamentele rechten van de verzoekers. Wij concluderen dat het oordeel dat eerder werd geveld door het Hof moet herroepen worden, omdat dit besluit niet gerechtvaardigd is, en als bevooroordeeld moet beschouwd worden. Het beroep, ingesteld door verweerder Dr. Gonçalo Amaral wordt hierbij aanvaard. III – Besluit In overeenstemming met wat hierboven is geschreven, bevestigen de rechters van het Hof van Beroep de geldigheid van het beroep ingesteld door Dr. Gonçalo Amaral, de beslissing van het Hof wordt herrroepen en wordt vervangen door volgend besluit : De verbanning van het boek is ongeldig. De kosten worden betaald door de verzoekers. Lisbon and Appeals Court, 14.10.2010 De rechters van het Hof van Beroep, Francisco Bruto da Costa Catarina Arelo Manso António Valente |
!-->
|